Blessures

De nachtmerrie van elke hardloper. Van elke sporter trouwens, lijkt me zo.
Helaas, hardlopen is blessuregevoelig.
Ik heb geluk, ik ben nog nooit serieus geblesseerd geweest. Wel ‘kleine’ blessures, die mij bijvoorbeeld een keer de marathon van Amsterdam hebben gekost.
Doe ik dan speciale dingen? Is er een Geheim?
Nope; ik denk dat het voor het grootste gedeelte mazzel is, dat ik een lichaam heb wat goed tegen de belasting van hardlopen kan. Dat is geen verdienste.

Toch zijn er zaken die kunnen meehelpen.

  • Geregeld lopen. Dus geen piekbelasting, zoals in één keer marathon (of een halve, of bijvoorbeeld de Damloop) willen lopen en daarom – als het ware ‘uit het niets’- drie maanden stevig tekeer te gaan. Natuurlijk bereid je een marathon gedegen voor. Maar je kunt daaraan – vind ik – pas beginnen als je al, pak ‘em beet,  op 70% van je beoogde conditie zit. En al eerst jaren regelmatig hebt gelopen.
  • Gevarieerd lopen. Duurlopen afwisselen met tempo’s en intervallen. Trainen onder begeleiding van een trainer.
  • Gevarieerde ondergrond. Wissel asfalt zoveel mogelijk af met een natuurlijke ondergrond. Ik loop bijvoorbeeld graag in de duinen. Daar moet ik wel een half uurtje voor rijden.
  • Verschillende schoenparen. Ik loop op drie of vier verschillende paren. Daarmee wordt je lichaam toch telkens op een iets andere manier belast.
  • Rust nemen. Voel je iets geks in je lichaam wat je niet vertrouwt? Neem rust.
    Dit is wel een lastige. Want wanneer je bij elk pijntje stopt, kom je ook niet veel verder. Vaak zijn pijntjes maar van tijdelijke aard. Maar ja, hoe weet je dat? Toch een beetje trial and error.
  • Wordt vaak gezegd; crosstrainen. Dus ook een andere sport uitoefenen. Ik fiets er een beetje bij. Dat heeft mij trouwens mijn grootste blessure ooit opgeleverd. Een op-drie-plaatsen-gebroken sleutelbeen. Ik ben niet zo goed in fietsen, althans; niet in het bochtenwerk.
  • Warming-up. Blijf ik lastig vinden. Er wordt op gehamerd dat het goed is, maar dan bijvoorbeeld niet rekken en strekken van te voren. Wel naar afloop van je run. Of toch niet? De berichten zijn tegenstrijdig. Ik hou het bij een kwartiertje warm lopen vóór ik aan mijn training begin.
  • Core oefeningen. Die doe ik trouw. Op de dagen dat ik niet loop. Een kort programmaatje met wat buikspier-, rugspier-, borstspier- en heupoefeningen. Dat neemt zo’n 20 minuten in beslag. Het kan vast beter en uitgebreider, maar dit is voor mij het maximaal haalbare. Ik heb er een hekel aan.