De groeten uit Schoorl; east meets west

Op zondag 14 februari 2010 deed ik voor het eerst van mijn leven mee aan een run, een loopje, een wedstrijdje of hoe je het ook noemen wilt. Mijn zwager en ik togen naar Schoorl en hadden geen idee wat ons te wachten stond. Het duingebied ken ik op mijn duimpje, mijn familie heeft altijd vakantiehuisjes gehad in Groet, dus als jochie zwierf ik hier ’s zomers vaak rond. Maar – buiten mijn kennis van deze omgeving – wist ik verder niets over het verloop van het loopfestijn.

Waar we ons meteen al over verbaasden waren al die mensen!
Wat waren dat voor lui die zich massaal verzamelen op hun vrije zondag om een stukkie te gaan hardlopen? En daar nog voor betaalden ook? We dachten eigenlijk dat we vrij bijzonder bezig waren.
Ik liep die 10 kilometer in 49:06 en het commentaar in mijn logboekje luidde ‘Eerste loop, koud’. Een paar uur later waren we thuis, moe, voldaan en vooral besmet het bekende virus.

Banaan als redmiddel
Sindsdien staat Groet uit Schoorl ferm aan de top van mijn looplijstje. De duinen van Schoorl waren ook het decor van een loop waarin ik volledig kapot ging. Ik had het fenomeen nog nooit eerder meegemaakt, maar toen ik in 2012 de 30 kilometer liep, ging ergens bij kilometer 23 het kaarsje volledig uit. Met moeite wist ik mezelf naar een verzorgingspost te slepen, waar ik wat stukjes banaan wegwerkte en een paar bekertjes lauwe thee. Ik heb daar een tijdje gestaan en vervolgens weer afwisselend dribbelend en wandelend de laatste kilometers vol gemaakt. Hoe dichter ik bij de finish kwam, hoe beter het weer ging en ik kon Schoorl in ieder geval met opgeheven hoofd en rennend binnenkomen. Zo’n instortmoment is niet fijn, maar wel erg leerzaam.

Asfalt inspecteren
In 2014 moet ik verstek laten gaan. Op de laatste dag van 2013 was ik namelijk van mijn sportfietsje gevallen en onderwierp ik, na een spectaculaire schuiver in Etersheim, het asfalt aan een nadere inspectie. Op zich hoeft zoiets niet heel erg te zijn, maar mijn sleutelbeen was er niet zo blij mee en had het op drie plaatsen begeven. Met twee van de breuken had ik de Tour de France nog kunnen uitrijden volgens de optimistische arts, maar nummer drie was wat heftiger en daarom zat Schoorl er niet in.

Winterwonderland
Maar dit jaar stonden alle seinen gewoon op groen. Omdat op 23 april de marathon van Enschede op het programma stond, toog ik op zondag naar Schoorl om de dertig kilometer te gaan afleggen. Op zaterdagavond had het gesneeuwd en op Facebook zag ik om elf uur ’s avonds dat vrijwilligers van de organisatie het hele parcours al sneeuwvrij hadden gemaakt. Alleen wel dikke pech dat het later in de nacht opnieuw ging sneeuwen. Kennelijk lieten zij zich niet uit het veld slaan, want zondagochtend zag ik dat ze weer van voren af aan waren begonnen. Hulde voor deze helden! Dankzij hen kon het hardloopfeestje gewoon doorgaan. En een feest werd het. Wat is nou fraaier om door één van de mooiste gebieden van Nederland te rennen terwijl alles wit is van de sneeuw? Het was gewoon een sprookje.

Handschoenen?
Koud was het nog wel, in dat uurtje voor de start. Altijd weer het dilemma; wat aan te trekken?  De keus viel op een lange tight, thermoshirt met lange mouwen en een T-shirtje erover. De twijfel zat ‘em vooral in: wel of geen mutsje en wel of geen handschoenen. Uiteindelijk voor de gulden middenweg gekozen; wel een mutsje, geen handschoenen. Ik maak zo nu en dan bergtochten (door Noorwegen of Ierland)  en daarbij heb ik geleerd dat vooral je hoofd warm moet blijven. Vaak worden je handen wel koud bij het rennen, maar na een kwartiertje ofzo is de doorbloeding lekker op gang gekomen en dan loop je maar met die handschoenen.

East meets west
Volgens plan was ik niet te snel vertrokken; zo tussen de 4.50 en 5.00 per km. Dat ging heerlijk soepel en ergens bij kilometer 23 ben ik gaan versnellen. Ergens bij kilometer 27 kwam ik samen te lopen met een man met Aziatisch uiterlijk. Ongemerkt jutten we elkaar kennelijk op, want later zag ik dat de snelheid steeds verder toenam. Een paar honderd meter voor de finish moest ik hem laten gaan. Ik geloofde het wel, liep Schoorl tenslotte als training en had helemaal geen plannen. Toen mijn Aziatische vriend dit doorkreeg, nam hij daar geen genoegen mee. “Kom op, man, we gaan samen finishen”, riep hij me toe.
Tenminste, dat denk ik, want hij zei het in Japans, Koreaans of welke taal het dan ook was. Goed; toch weer een tandje erbij en samen stormden we naar de eindstreep. Nadat we onze overbekende handdoek hadden ontvangen, gaven we elkaar een stevige omhelzing. Want sport verbroedert.