K-k-k-koud…

Pas een dag na afloop was ik weer helemaal doorgewarmd. Wat was het koud tijdens de Damloop 2018.
Die zondagochtend vertrok ik met de trein uit mijn woonplaats. Met mijn wedstrijdlicentie kon ik al om 10.25 uur van start en dat was super. Het parcours was nog heerlijk rustig en leeg.
En omdat de Röntchenlauf (63 kilometer) een paar weken later plaatsvindt, had ik een paar dagen van te voren bedacht om de loop ’s middag nog een keertje te doen. Om op die manier wat kilometers bij elkaar te sprokkelen.

Kleddernatte schoenen
Exact toen het startschot viel begon het te regenen. En dat stopte pas weer rond 16.00 uur. Wanneer je rent in de regen is er niets aan de hand, je blijft gerust wel op temperatuur. In een lekker tempo liep ik naar Zaandam. Alles ging verbazend makkelijk en ik moest me zelfs een beetje inhouden om niet te hard van stapel te lopen. Dit was tenslotte pas het eerste deel. Rond 11.35 uur finishte ik in Zaandam. Snel even droge kleren aan en met gezwinde spoed naar de trein om naar Amsterdam te reizen. Jammer genoeg was er niet voldoende ruimte voor droge schoenen in de plastic tas die door de organisatie werd aangeboden, dus liep ik fletjs-flatsj-flotsj door het centraal station.

Wijze lessen
Veel te vroeg zat ik daar weer. Er moest ruim anderhalf uur worden gewacht. In de centrale doorgang vond ik een plekje om te gaan zitten. Daar was het onverwarmd en ondanks mijn droge kleren kreeg ik het behoorlijk koud. Ik had geen geld bij me (een wijze les geleerd…) dus kon ook niet in dat aanlokkelijke koffietentje gaan zitten. Affijn; rond 13.00 uur werd het tijd mijn spullen weer in te leveren en in mijn hardloopkloffie, kleddernatte schoenen en een goedkope regenponcho naar de start te wandelen. Ik koos een andere doorgang.
Waar het heerlijk warm bleek te zijn…
Potje-vol-vet, dik anderhalf uur zitten kleumen, terwijl het in de passage ernaast lekker warm was. (weer een wijze les; verder kijken dan je neus lang is). Maar goed, daar had ik niets meer aan, dus hopsekee naar het startvak.

Respect
Ik raakte aan de praat met een jonge Duitser die het allemaal maar wat spannend en vooral erg druk vond. Na wat vaderlijk advies, ik word een dagje ouder, leek hij wat te ontspannen.
Een paar minuten later viel het startschot en in een gezapig tempo ging het richting Coentunnel. Mijn Duitse vriend raakte ik vrijwel onmiddellijk kwijt.
Na de tunnel sprak een andere jonge knaap mij aan. We raakten gezellig aan de praat en bleven de hele loop bij elkaar. Onderweg juichten we voor de dj’s, zangers en drumbands. We deelden high-fives uit aan de kinderen aan de kant en schreeuwden ‘dank je’ naar de vele onvermoeibare toeschouwers. Sommigen had ik ’s ochtends al zien staan. Respect.

Dank je, jonge vriend
Na een uur en twintig minuten, ongemerkt waren we gaan versnellen, kwamen over de finish.
“Dag jonge vriend, ik heb in tijden niet zo ontspannen aan een loopje meegedaan. Dank je wel.”
Inmiddels was ik moe, nat en hongerig.
Dus snel doorlopen naar de tassen om weer droge kleren te kunnen aandoen.
Maar dat viel tegen.
Ik heb de Damloop heel wat keren gelopen, maar nog nooit meegemaakt dat de tassen er niet waren. En precies tijdens de koudste editie ooit verliep deze logistieke mega-operatie niet goed.
Na een uur wachten in de stromende regen kreeg ik het zo koud dat ik verschijnselen van onderkoeling vertoonde. Klappertanden, ongecontroleerd trillen en ik merkte dat ik versufte. Tegenover de plek waar de tassen – niet – werden uitgereikt zag ik telkens een vrouw in de deuropening verschijnen. Ik twijfelde of ik bij haar zou aankloppen om te vragen of ik bij haar mocht schuilen. Maar ja, ik stond vooraan en als de tassen uiteindelijk wel zouden aankomen, zou ik als een van de eerste mijn droge spullen kunnen krijgen. Na een kwartiertje van wikken en wegen, werden de tassen uit een vrachtwagen gehaald. Yes!

Klappertanden
Oeps; te vroeg gejuicht. Ze waren dan wel in zicht, maar moesten allemaal nog uit de containers worden gehaald en op volgorde worden neergelegd. En daar waren veel te weinig vrijwilligers voor, dus dat duurde onwijs lang. Een paar lopers klommen over het hek en boden hun hulp aan. Dat stond de organisatie niet toe en daar was alle begrip voor. De kans dat iedereen vervolgens over de hekken zou klimmen om zijn eigen tas te zoeken was levensgroot. Dat zou een chaos worden. Maar er moest wel iets gebeuren. Inmiddels stond iedereen te klappertanden.

HIER DIE TAS!
Terwijl het in mijn hoofd steeds een beetje meer mistig werd, zag ik als in een droom mijn tasje voorbij komen.
HEEEEE!!! GEEF DIE TAS MAAR HIER. DIE IS VAN MIJ! brulde ik. En met zwaai vloog de tas mijn kant op. Hebbes!
Als een kind zo blij ging ik er van door en probeerde me ergens om te kleden. Wat nog niet meeviel. Met mijn verstijfde vingers kreeg ik de knoop niet los. Gelukkig passeerde er net iemand die me uit de brand hielp. Zo snel mogelijk kleedde ik me om en met een sukkeldrafje vertrok ik naar het station. ‘Zorg dat je het warmer krijgt’, was het enige wat ik kon denken.
Nu ging alles gesmeerd en al na een paar minuten kwam de trein aan.
Ik wierp mezelf naar binnen en koesterde me in de behaaglijke warmte. Toch kon ik pas stoppen met bibberen toen ik weer in mijn eigen stadje aankwam. Zo snel mogelijk liep ik naar huis om daar onder de hete douche te duiken om er voorlopig niet meer onder vandaan te komen.