Losse veters en loslopende koeien

Bij de keldinginname van de Halve van Egmond kwam ik al een paar loopmaatjes van me tegen. Meteen hardlooppraat:
“Wat ga jij doen vandaag?”
“Heb je een tijd in gedachten?”
“Nou, ik doe het rustig aan vandaag, ziek geweest vorige week/net hersteld van een knie blessure/ben erg verkouden/past eigenlijk niet in schema/vorige week al veel gegeven bij die cross etc etc.”
Ik hou van die praat, het is altijd hetzelfde en toch verveelt het nooit.

Eén loopmaatje vroeg me wat ik wilde gaan lopen.
“Iets tussen 1:35 en 1:40.”
“Oh, mag ik dan met je meelopen?”
“Tuurlijk, geen probleem, loop maar achter me aan, hoor.”

Losse veter
Dankzij onze wedstrijdlicenties konden we vooraan startten.
Na een kwartiertje wachten, viel het startschot. En na 100 meter moest ik al stoppen.
Een losse veter!
Damn!
De meute startte – zoals bij elke wedstrijd – als een kudde dolle stieren. Het viel daarom niet mee om naar de kant te manoeuvreren. Na wat gezoek vond ik een plekje om mijn veter te strikken.
Verdomme, dit is nu precies wat je níet wilt. Tijdverlies, maar vooral ook vervelend om je weer op te laden. Tegen mijn loopmaatje had ik geschreeuwd dat ze door moest lopen.

Remko en Remco
Na een half minuutje ofzo kon ik weer op weg naar het strand. Dat lag er prachtig bij, hard en strak. Wel een stond er een flinke wind, maar die kwam van opzij dus dat was geen probleem. Er kon lekker snelheid worden gemaakt. Na een poosje zag ik startnummer 500 voor me lopen. En hij heette Remko. Net als ik en het grappige was dat ik liep met startnummer 501.
Na een kilometer of vijf zag ik mijn loopmaatje. Even aanzetten en ik liep weer naast haar.
“Daar ben ik weer.”
“Top, ik hoopte al…”
“…dat je me zou inhalen.”

In een klein groepje liepen we verder en we hadden het tempo er prima in.
Na de strandopgang bij Castricum, in de duinen, brokkelde het groepje uit elkaar en kwam ik alleen te lopen. De vaart bleef er goed in.
Bij een open stuk stond een kleine kudde Hooglanders langs het pad. En eentje stond er precies – dwars – op.
En mevrouw was totaal niet onder de indruk van de lopers die haar voor en achter voorbij stoven. Ik koos om voor langs te gaan en in het voorbij gaan vielen me die enorme horens op.
Blij dat het beest zo stoïcijns bleef herkauwen…

Bijna bij de finish

Auw
Inmiddels kwam rond kilometer negentien de Bloedweg in het zicht.
Die is altijd al lastig, zo op het laatst nog even een kuitenbijtertje, maar nu blies er ook nog een felle wind tegen. Het was een worsteling om boven te komen en ondanks dat ik meer inspanning leverde dan tijdens alle eerdere kilometers, had ik het gevoel nauwelijks vooruit te komen.
Als in een slechte droom waar je probeert weg te rennen, maar dit niet kunt.

Na de Bloedweg werd het weer vlakker en liep ik Egmond aan Zee binnen.
De laatste kilometer.
Er stonden – als altijd – veel mensen langs de kant die me voorwaarts schreeuwden.
Nog een laatste klimmetje richting de eindstreep en in 1:36:10 kwam ik over de finish.
Behoorlijk kapot, maar ozo tevreden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *