Monnikentocht

Monnikentocht? Monnikenwerk! – longread

Ergens tijdens een onbezonnen moment in de afgelopen winter had ik bedacht dat het goed idee zou zijn om eens wat langere afstanden te gaan lopen dan een marathon. Enthousiast meteen gekeken wat er dan zoal is op dat gebied en daarbij kwam de Monnikentocht bovendrijven. Niet meteen te gek, 51 kilometer, en in gebied waar ik nog nooit was geweest, namelijk zuid-oost Groningen. Voila; ingeschreven en er verder eigenlijk niet echt meer aan gedacht. Het zou immers nog een maand of negen duren voor ik aan de start moest verschijnen.

Maar goed, negen maanden vliegen om en poosje na de marathon van Enschede (eind april) was ik begonnen met trainen en op zoek gegaan naar een plek om te overnachten. Tijdens de vakantie van een paar weken terug in Drenthe nog wat wedstrijdjes meegepakt om toch weer even wat aan snelheid te werken na al die langzame duurlopen van de weken ervoor.
Kortom; de vrijdagvoor de wedstrijd was ik er helemaal klaar voor.

Koppeling zegt “ploink!”
De boel in de auto geladen en welgemutst de auto richting van het hoge noorden gestuurd. Het ging crescendo, lekker muziekje erbij, geen files, niets stond een fijne autorit in de weg.
Behalve de auto zelf.
Vlak voor Zwolle gaf de koppeling de geest, midden op de snelweg tijdens een invoegactie. Ik ben geen monteur, maar het was me wel meteen duidelijk dat ik hiermee geen meter verder kon rijden. Dus de ANWB gebeld en na wat geklets zei de dame mij toe dat er een bergingsvoertuig zou komen. Vijf minuten later stopte er een meneer van Rijkswaterstaat met zo’n heftig fluorescerend gele auto en een kermis aan zwaailichten.
“Goh, dat is ook toevallig dat u hier langskomt”, zei ik nog.
“Nee hoor, ik kom voor jou, je staat op een gevaarlijke plek en voor je het weet gaat iedereen kijken en knalt op mekaar. Vandaar ook dat de matrixborden op 70 km p/u staat, zie je wel?”
“O? Is dat voor mijn pechgeval, dan?”
Wist ik veel.
Tien minuutjes later kwam de bergingswagen en drie minuten later waren we op weg naar een veilige plek. Superefficient geregeld allemaal.
Affijn; lang verhaal kort; auto was niet snel te fixen (dat wist al, meneer van de Wegenwacht) en werd ergens bij het bergingsbedrijf gedropt. Ik kon met een vervangende auto verder naar Ter Apel.

Koppeling stuk, die rijdt geen meter verder.

Na wat zoeken kwam ik bij de boerderij (kamperen bij de boer, leuk joh!) en kon ik in het donker op een veld mijn tentje opzetten. Inmiddels was ik best moe en kroop in mijn slaapzak. Maar slapen was een ander verhaal. Rechts was namelijk een feest aan de gang waar een derderangs band Proud Mary vakkundig om zeep hielp. Terwijl aan de linkerkant een volkszanger kweelde dat  je van het leven moet genieten, want het duurt tenslotte maar even. Overigens een waar woord.
Feest aan de rechterkant stopte om twaalf uur, links gingen ze vrolijk door tot een uur of twee. Voordat alle feestneuzen ook daadwerkelijk weg waren was het een uur of drie en had ik nog geen oog dichtgedaan. Ook de propjes wc-papier in mijn oren hadden niet geholpen.

Swingin’ Ter Apel
In Ter Apel leeft ijverig gevogelte. Ik wist dat niet, maar het is echt zo. De eerste haan kraaide rond half zes de nieuwe dag tegemoet, rap gevolgd door zijn collega’s en ook de eksters/kraaien op mijn kampeerveldje lieten ze niet onbetuigd.
Ik kwam gebroken mijn tentje uit en had nog geen meter hard gelopen…

Na dit woelige nachtje begon de dag vroeg met een rustig ontbijtje van koude pannenkoeken die ik van huis had meegenomen. Daarna even gedoucht, kampeerspullen ingepakt en naar de start gereden. Die start bleek plaats te vinden naast een prachtig oud hotel, middenin het bos en met een statige oprijlaan van eeuwenoude beuken.
Juist.
Ik weet nu wel waar ik een eventuele volgende keer ga overnachten.

Aan de start was iedereen superrelaxed. Niemand stond te dringen of spurtte weg. Alles ging heel gemoedelijk. Het parcours en de omgeving waren ronduit prachtig. Ik wist niet dat dit deel van Groningen zo mooi was.

Prachtig gebied
Grofweg de helft van het parcours ging over onverharde paden. Door de bossen, langs weilanden, vennetjes en heideveldjes. Een schitterend coulisselandschap. Elke vijf kilometer was er een prima verzorgingspost ingericht met water, cola en ranja en ook banaantjes, sinaasappels, zoute koekjes en ontbijtkoek. Het was niet de bedoeling om al lopend je bekertje mee te nemen, er stonden ook geen afvalemmers oid langs de kant. Iedereen stopte bij een post en dronk en at daar wat.

Ik kwam terecht in een groepje waar ook twee jonge jongens meeliepen (jaar of 20), die constant liepen te kletsen. Ze hadden best humor en in het begin was het echt grappig, maar na een half uurtje was ik er helemaal klaar mee. Eerst geprobeerd bij ze weg te lopen, maar bij elke verzorgingspost kwamen we elkaar weer tegen (ik hoorde ze al van verre aankomen). Later versnelde zij en liepen steeds voor me uit, maar bij elke post zagen we elkaar weer

Engeltjes en wonderen
Ergens bij de 26 kilometer gebeurde er iets vreemds. Mijn linkerknie ging pijn doen. Daar had ik nog nooit eerder last van gehad en dit was ook niet een afstand die vreemd voor me was. Regelmatig loop ik een duurloop van 30 kilometer of langer, dus dat moet allemaal geen probleem zijn. Maar goed, wat een beetje zeurderig begon (‘voel ik daar nou wat?’) werd al vlot erger en na een minuut of tien liep ik al aardig te hompelen. Ik dacht er serieus over na om uit te stappen, maar liep ergens in the middle of nowhere en er was geen ziel te bekennen. Dus ik besloot om zo maar door te rommelen tot de 30 kilometer post en daar dan maar te stoppen. Tot mijn grote frustratie.

En toen gebeurde er een wondertje.
Een kilometertje vóór de post zakte de pijn af.
En op het moment dat ik bij de verzorging aankwam was er eigenlijk niets meer te voelen.
Eigenaardig.
Voor de zekerheid wel even twee paracetamolletjes ingenomen die ik bij me had en verder maar weer.

Weer verder na een moeilijk moment

Het volgende moeilijke moment was bij km 37. Daar kon je naar links voor de afstand van 51 kilometer en naar rechts voor 43. Oei.
Er verscheen zo’n Duiveltje uit Suske en Wiske op mijn rechterschouder.
“Hé Remco, als je nou naar rechts gaat dan hoef je nog maar een kilometer of zes en ben je er van af!” Gelukkig verscheen collega Engel ook: “Luister niet naar die doerak, je bent gekomen voor de 51 en dat is ook precies wat je gaat doen”, fluisterde deze in mijn oor. Duivel met zoetgevooisde stem: “Je bent al hartstikke moe, het is erg warm, er staat geen zuchtje wind en je knie speelt op. Stoppen, gek!” Een inmiddels pislinke Engel: “Je gaat naar links, rent nog een kilometer of veertien en daarmee klaar!” En met een welgemikte kaakslag sloeg Engel Duivel knock-out.
Einde discussie en ik ging braaf naar links.

Genoeg drinken
De route leidde direct een bos in waar het een stukje koeler was en ik weer een beetje bijkwam van het geweld wat zich zojuist op mijn schouder had afgespeeld. Het ritme kwam er weer lekker in en het lopen ging weer mooi soepel. De pauzes bij de verschillende posten werden wel steeds langer, maar dat maakte me niet uit. Ik kwam om deze afstand te lopen en niet om dat in een bepaalde tijd te doen. Bovendien was het zo warm dat ik ook steeds een stuk of wat bekertjes leegdronk. En dat duurde telkens ook even.

Bij de post op zo’n 45 kilometer kwam ik die twee jongens weer tegen, waarvan er eentje bijna onderuit ging. Hij werd door de EHBO in een stoel geparkeerd en in de schaduw gezet. Dus maar goed dat ik de tijd nam om steeds genoeg te drinken.

De kilometers bleven zich aaneen rijgen en door het geboomte zag ik ineens Bourtange liggen. Mijn klokje gaf aan dat we 49 kilometer zaten, maar kennelijk was ik er al? Dat vond ik eigenlijk geen enkel probleem. Ik was wel toe aan de finish.
Maar dat was te vroeg gejuicht.
Het bleek dat je nog een slinger om het plaatsje heen moest maken, als een rotonde die je driekwart rijdt. Dat werd nog even doorbijten. Uiteindelijk liep ik over de brug van het vestingstadje, onder de poort door en kon finishen op het centrale pleintje. Gehaald.

Daadkrachtige dame
Direct na de finish stond er een post met drinken en terwijl ik aan een bekertje water stond te lurken vroeg iemand mij wat voor kleur handdoek ik wilde.
Huh?”
Waar hadden ze het in vredesnaam over?
Ik kon het echt even niet plaatsen. Het bleek te gaan om een herinneringshanddoek waarvan je de kleur kon kiezen. Dat interesseerde me echt helemaal niets en ik mompelde iets als: “ik zie die kleuren niet eens, doe maar wat.”
En dat ving een mevrouw van de EHBO op.

“Euh, meneer, gaat u hier maar even zitten.”
“Och nee, dat hoeft niet hoor, mevrouw.”
Met zachte, maar niet mis te verstane dwang nam zij mij onder haar moederlijke vleugels.>Ik had geen schijn van kans.

“Meneer, u gaat hier op deze stoel zitten.” (ze zei er nog net niet ‘nu’ bij)
Oh, ok dan.
En na een minuutje ofzo: “Ik denk dat ik maar weer eens opsta, er komen ook andere lopers aan en…”
“Nee hoor, u staat helemaal niet op.”
Oh, ok dan.
“Wilt u misschien nog iets drinken of eten?”
“Nou nee hoor, dank u, ik heb eigenlijk wel genoeg gehad.”
“Prima. Colaatje en wat zoute koekjes dan?” En ze was al op weg.
Braaf dronk dus mijn colaatje op en werkte de koekjes weg. Hier was ik niet tegen op gewassen.

Na een minuutje of tien was het welletjes.
“Mevrouw, ik ga even mijn tas halen.” Die lag verderop in een busje.
“Goed, ik loop met u mee.”
“Ach, dat hoeft toch niet mevrouw…” Verder kwam ik niet want ze had me al meegetroond.
Goed, tas gepakt en toen ze zag dat ik rechtuit liep kreeg ik haar zegen om mijn eigen weg weer te vervolgen.

Een topvrouw die haar taak heel serieus nam. Er was echt niets met me aan de hand, maar zij dacht van wel en handelde daar ook naar.
Een kwartiertje later verscheen er zo’n golfkarretje die pendelde tussen de finish en een camping waar ik heerlijk kon douchen. Vervolgens reed er een grote bus terug naar de start en kon ik in de leenauto stappen om weer naar Hoorn te rijden.

Thuis aangekomen moest ik me uit de auto laten vallen, gewoon uitstappen lukte niet. De rit van ruim twee uur maakte dat ik zo stijf was dat ik bijna geen kant meer op kon.
Maar die – ruim – 51 kilometers zijn in de pocket mét een hemelsblauwe handdoek als beloning.