Waar zijn me schapen nou?

De Devil’s Trail.
Dat klinkt onheilspellend, maar is het niet. In feite was dit de één van de meest relaxte ‘wedstrijden’ waaraan ik ooit heb meegelopen. Tezamen dan met de Urban Culture Run in Utrecht.
De start voor de 36 kilometer lange ‘Helse Trail’ leek meer op een klein festivalletje, dan dat van een loopje. Het was mooi weer, oude nummers van de Rolling Stones klonken over het veldje en links en rechts stonden rollende keukens. De geur van hout gestookt vuur dwarrelde rond mijn neusgaten.

Klimduin
Om 10.30 uur meldden zich er een stuk of 80 deelnemers aan de start. Op de zoetgevooisde klanken van AC/DC’s Thunderstruck tikten de laatste seconden weg. Direct mochten we een soort klimduintje op ploeteren. Boven aangekomen was de warming-up een feit. Omdat ik nog wat last had van een na ijlende, lichte blessure was het plan om het dit keer heel rustig aan te doen. En om mij dit keer ook eens écht aan dat plan te houden. Mijn fysiotherapeut zei niets, maar haar gezicht sprak boekdelen toen ik een paar dagen eerder aangaf deze trail te gaan lopen..

Een ervaren trail loper ben ik niet. De Duivelse Loop wilde ik alleen maar doen als training voor de Röntchenlauf, een lange (63 kilometer) race in Duitsland. Deze gaat voor een groot deel over onverhard heuvelachtig terrein, dus dan is het wel lekker dit soort kilometers in de benen te hebben.

Verdwalen lukt altijd
De route was aangegeven met pijlen en lint die op zich best duidelijk waren. Toch lukte het om al na een paar kilometer verkeerd te lopen. Gelukkig was ik niet de enige, samen met twee andere deelnemers kwamen we er achter dat we van de route waren afgedwaald. En terwijl we hetzelfde paadje weer terug namen kwamen we nog een groep lopers tegen die niet erg hadden opgelet. En niemand maakte daar een probleem van. Dat hoort er gewoon bij, kennelijk.

Na een uurtje of twee door de schitterende natuur te hebben gelopen sloeg de vermoeidheid toe. Het drankgelag van het avondje ervoor (‘och, dat ene wijntje kan nog best, ik doe het morgen toch rustig aan’. En dan wordt het natuurlijk wel meer dan dat ene wijntje ..) begon zich genadeloos te wreken. Bij een verzorgingspost dus maar even de tijd genomen om een beetje op krachten te komen. Lekker met zoute koekjes en Snickers.

200 schapen
De vrijwilliger die de post bestierde (lang leve de vrijwilligers die hun vrije zondag voor ons opofferen!!) vertelde dat er eerder een boswachter was langsgekomen die 200 schapen kwijt was. Of we onze ogen wilde openhouden.
“Huh, was dat nou een grap?” Ik kon het niet goed plaatsen.
Maar toen ik vervolgens, een uur later, midden in het bos een kudde schapen tegenkwam, begreep ik dat het helemaal geen grap was.
Maar ja; ik kon er verder niet veel mee, want ja; wie en hoe te waarschuwen?

In het laatste uur werd het steeds drukker op de route, de andere afstanden die later waren gestart voegden zich bij de onze. Groot voordeel was dat ik niet meer zo hoefde te speuren naar de parcoursaanwijzingen. Gewoon de andere lopers in de gaten houden. Dat was maar goed ook, want ik had me inmiddels nog twee keer vergist.

Metalconcert
De finish was op het zelfde punt als de start. Heerlijk, want nu kon ik – net als toen ik nog een jochie van acht ofzo was – dat klimduintje met enorme stappen afdenderen. Het veldje was veranderd in een drukke bedoening. Er waren heel wat mensen afgekomen op de andere afstanden.
Al met al; deze trail was prachtig. Ik moet toch maar eens vaker zo’n wedstrijdje lopen.

’s Middags nog geklust in de kamer van mijn zoon en toen ’s avonds vol goede moed naar een metal concert in Tivoli. Dat was nog een hele uitdaging, mijn benen voelden als lood en de helft van de tijd heb ik op een trap gezeten.

De edele kunst van het plannen is bij mij helaas onderontwikkeld..